Ken je dat gevoel, dat je iets wilt printen en je inkt (bijna) op blijkt te zijn? Het is niet alleen vervelend dat je kan printen zoals je wilt, maar ook de gedachte dat je weer geld moet gaan uitgeven aan inktcartridges is onaangenaam. Er zijn weinig andere dingen waar je minder graag geld aan kwijt bent dan aan printerinkt. Dat heeft vooral veel te maken met het feit dat printercartridges altijd zo ontzettend duur zijn, zeker voor wat je ervoor krijgt. Is inkt dan echt zo kostbaar? We proberen uit te leggen waarom printerinkt zo duur is.
Razor-and-blades model: de printer als lokproduct

Natuurlijk, printerfabrikanten steken geld en moeite in het ontwikkelen van die printercartridges. Maar dat is niet de hoofdreden dat ze zo duur zijn. Dat is namelijk het zogenaamde ‘razor-and-blades’ model dat gehanteerd wordt rondom printers en printerinkt. De printer zelf kost eigenlijk niet zo veel in vergelijking met wat je ervoor krijgt. Als je die koopt, betekent het ook dat je vervolgens herhaaldelijk inktpatronen in diverse kleuren nodig gaat hebben voor die printer. En die kosten dan wél veel geld, maar zonder inkt heb je niets aan je printer. Dus je moet het wel kopen. Zo wordt de printer zelf dus als een lokproduct gebruikt en je vervolgens overprijsde inktcartridges te kunnen verkopen. Dat is het verdienmodel van printerfabrikanten. En waarom noemt men dat dan het ‘razor-and-blades’ model? Omdat dezelfde truc uitgevoerd wordt met scheermesjeshouders en de scheermesjes zelf!
Ontmoedigingstrategie ten opzichte van imitatiecartridges
Onderdeel van de strategie is om voor de meeste printers weer een nieuw model inktcartridge te ontwerpen. Dat is manier om je cartridges te blijven onderscheiden van die van andere fabrikanten, zodat men aangewezen blijft op de inktcartridges van de printerfabrikant zelf. Toch wordt dit omzeild door producenten van goedkopere imitatiecartridges, die gewoon van ongeveer ieder model cartridge een eigen imitatieversie maken die óók in de printer past. Wat doe je daar dan als printerfabrikant aan? Gebruikers waarschuwen voor de gevaren van het gebruik van niet-officiële cartridges in de printer. Dit zou de printer beschadigen en je garantie doen vervallen. Maar het gebeurt echt maar heel zelden dat zo’n huismerk inktcartridge schade aan een printer veroorzaakt, en het moet ook nog eens aantoonbaar door het gebruik van die cartridge komen voordat men je garantie mag weigeren. Een tamelijk loos dreigement dus, dat desalniettemin relatief veel mensen ertoe beweegt om géén imitatiecartridges te kopen voor hun printer.
De clou van het verhaal? Als koper van een printer wil de printerfabrikant jou uitknijpen door middel van de verkoop van veel te dure ‘officiële’ inktcartridges. Tegelijkertijd zit er een functie ‘printkoppen schoonmaken’ op de printer, en dat gebeurt – je raadt het al – met (veel) inkt. Er zit weinig tot geen gevaar in het kiezen voor goedkope huismerkcartridges als je tenminste het juiste model aanschaft. Wel kan het zo zijn dat de afdrukkwaliteit net ietsje lager is. Maar hoe vaak moet je nu echt iets printen waarbij de afdrukkwaliteit echt op z’n hoogst moet zijn? Het is dus zeker het overwegen waard om de ‘razor-and-blades’ strategie van printerfabrikanten te laten voor wat het is en geld in de zak te houden door te kiezen voor goedkope imitatiecartridges.







